De rijke man en Lazarus

Er is nauwelijks een gedeelte in de Evangeliën te vinden dat zó misverstaan is als juist het verhaal van de rijke man en Lazarus. Men zegt b.v. dat dit Bijbelgedeelte bij uitstek ons inzicht zou verschaffen inzake het leven na de dood. Onderwijs over hemel en hel. Men beweert zelfs dat de schaduw van onkunde die over het  ‘Oude Testament’ ligt aangaande de toestand der doden, door Jezus in dit verhaal wordt opgeheven…
Het verhaal van de rijke man en Lazarus is een gelijkenis. Het is waar dat dit niet expliciet zo wordt genoemd, maar dat zegt niet zo veel. Dat gebeurt namelijk evenmin met de voorgaande vier gelijkenissen (alleen het eerste verhaal in Lucas 15 heet uitdrukkelijk een gelijkenis). Voor de goede verstaander is het verhaal een gelijkenis omdat
* in letterlijke zin de inhoud haaks staat op wat de Tenach (het OT) leert en
* het verhaal, indien letterlijk opgevat, bol staat van ongerijmdheden (zie onder).
Gelijkenissen zijn verhalen die de ware zin toedekken. De Here Jezus vertelde ze aan de schare omdat zij juist niet mochten weten welke betekenis er achter schuil ging. Alleen degene die luistert naar “Mozes en de profeten” (16:29) is in staat de betekenis te verstaan. De gelijkenis van de rijke man en Lazarus openbaart niet de toestand van het hiernamaals, het verbergt deze juist! Matteüs 13:13
In het ‘Oude Testament’ vinden we vele expliciete uitspraken over de toestand der doden. Het ‘Oude Testament’ geeft hierover een unaniem getuigenis. “Het dodenrijk looft U niet”. “De doden weten niets”. “Niet de doden zullen de HERE loven”. “Er is geen werk of overleg of kennis of wijsheid in het dodenrijk”. Etc. Jesaja 38:18; Prediker 9:5; Psalm 115:17; Prediker 9:10; voor meer informatie: Veel Gestelde Vragen Over De Toestand Der Doden
Het verhaal over de rijke man en Lazarus staat haaks op het onderwijs van “Mozes en de profeten” aangaande de toestand der doden. Het sluit echter wel naadloos aan bij de overleveringen van de Farizeeërs. De volgende uitdrukkingen en gedachten zijn aantoonbaar verwant (niet aan de Schrift maar) aan de rabbijnse literatuur :
* na het sterven gedragen worden door engelen,
* Abahams schoot,
* de grote kloof,
* pijn lijden in de vlammen en
* de onmogelijkheid om van de ene plaats naar de andere te steken.
Wanneer we het verhaal van de rijke man en Lazarus letterlijk zouden moeten nemen, worden we geconfronteerd met een aaneenschakeling van ongerijmdheden. Hebben mensen in het dodenrijk (dus vóór de opstanding!) reeds een lichaam? Een lichaam waarmee men kan zien, pijnigingen kan ondergaan, dorst kan lijden, etc.? Waartoe dient in dat geval nog de opstanding? Ze hebben toch al een lichaam? Trouwens, hoe kan er sprake zijn van vertroosting van Lazarus wanneer hij vanuit Abrahams schoot uitzicht heeft óp, en contact heeft mét iemand die zich in de pijnigingen bevindt?
De rijke man in dit verhaal staat voor de Joodse leidslieden. Het is tekenend dat hij gekleed ging in purper en fijn linnen. Purper is kledingstof dat gedragen werd door koningen. Fijn linnen daarentegen werd gedragen door de priesters. Purper en fijn linnen staan derhalve voor het volk dat geroepen is om een koninklijk priesterdom te zijn. Uitdrukkelijk wordt de rijke dan ook neergezet als kind van Abraham. Purper: Esther 8:15; fijn linnen: Exodus 28:5; koninklijk priesterdom: Exodus 19:6; kind van Abraham: Lucas 16:24,25
Een opmerkelijk detail dat bevestigd dat de rijke man een uitbeelding is van (de leiders van) het Joodse volk is het volgende. Het woord ‘Jood’ komt van ‘Juda’ en van Juda lezen we dat hij vijf broers had. Ook de rijke man zegt: “ik heb vijf broers”. Genesis 35:23; Lucas 16:27
In het sterven van de rijke man en de pijnigingen daarna, kunnen we een verwijzing zien naar de beëindiging van de Joodse staat in het jaar 70 AD en de ‘vlammen’ van het antisemitisme gedurende alle navolgende eeuwen.
Zelfs in de volksmond is bekend dat iemand die Lazarus is, hulp behoeft. Lazarus komt van het Hebreeuwse ‘Eleazer’ en betekent: God is mijn helper. Eleazer is ook de naam van de tweede hogepriester, na Aäron, een type van het tweede, definitieve hogepriesterschap. Hebreeën 7:28
Veel uitleggers menen dat aangezien in dit verhaal iemand bij name genoemd wordt, dit een bewijs is dat dit verhaal ‘echt gebeurd’ is. Maar dat is een drogreden. In de eerste plaats kennen we in de Bijbel geen Lazarus die aan de beschrijving van Lucas 16 beantwoordt, zodat de vermelding van de naam ons totaal niets wijzer maakt. Bovendien, het is juist de betekenis van de naam ‘Lazarus’ die ons op het spoor moet zetten. Zoals het ook veelbetekenend is dat de rijke man geen naam heeft.
Lazarus werd genegeerd door de rijke man. Het waren alleen honden die interesse hadden in Lazarus. Honden staan in de Schrift (niet al te complimenteus) voor de heidenvolkeren. Lucas 16:21, Matteüs 15:17
De rijke man (lees: de Joodse natie o.l.v. de Farizeeën) kreeg te horen van Abraham dat men dient te luisteren naar “Mozes en de profeten”. De rabbijnen hadden het Woord van God krachteloos gemaakt terwille van hun overleveringen. Eén van die overleveringen is het voortleven van de doden in het hiernamaals… . Matteüs 15:6
Van de overleden Lazarus (uit het Johannes-evangelie) zegt Jezus: “Lazarus… is ingeslapen, maar Ik ga daarheen om hem uit de slaap te wekken”. Op talloze Schriftplaatsen wordt de dood vergeleken met een slaap, d.w.z. een toestand van niet-bewust-zijn. Johannes 11:11
Abraham zegt in deze gelijkenis dat ook de opstanding van iemand uit de doden, mensen niet zou overtuigen wanneer deze niet bereid zijn te luisteren naar “Mozes en de profeten”. En dat klopt. In het Johannes-evangelie staat er daadwerkelijk een Lazarus op uit de doden en op hem wordt een moordaanslag beraamd door de Joodse leidslieden! Johannes 12:9-11
Jezus stelt dat wanneer de Joden Mozes écht zouden geloven, dat ze Hem ook zouden geloven. Want het zijn juist de Schriften die van Hem getuigen. Maar aangezien men niet bereid was de Schriften te geloven, zou men ook niet overtuigd worden door de opstanding van Jezus uit de doden. Johannes 5:39-47