G_ds plan der eeuwen, aeonen

G_ds plan der eeuwen, aeonen

Willen wij inzicht hebben in de betekenis van ‘eeuwen’ dan moet het Hebreeuwse woord ‘olam’, respectievelijk het Griekse woord ‘aioon’, onderzocht worden. Deze woorden zijn in het christendom ten onrechte vertaald met ‘eeuwigheid’, in de betekenis van eindeloosheid, in plaats van eeuw, tijdperk of (wereld)periode.
In Ef. 3:11 wordt gesproken over Gods plan der eeuwen. De Statenvertaling en de N.B.G.-vertaling lezen ‘eeuwig voornemen’. Dit is een onjuiste vertaling. Het Griekse woord ‘aioon’ (Hebr.: ‘olam’) heeft een tijdelijke betekenis en is dus niet onbeperkt in tijd.
Dat het om een beperkte periode gaat, hoe lang ook, moge onder andere blijken uit het feit dat zowel ‘aioon’ als ‘olam’ in het meervoud uitgedrukt kan worden, namelijk ‘aionen’ en ‘olamin’, dus: eeuwen. In Ef. 3 is dat te zien in de uitdrukking ‘plan der eeuwen’.
Het Hebr. woord ‘olam’ (eeuw) is vaak verbonden met een zelfstandig naamwoord, zoals verbond (der) eeuw, geslacht (der) eeuw, inzettingen (der) eeuw, enz. Het gaat om verbond, geslacht, inzettingen in déze eeuw of dit wereldtijdperk vanaf de Zondvloed tot aan de Wederkomst.
Het vertaalde woord ‘eeuwig’ of ‘eeuwigheid’ in de zin van ‘eindeloosheid’ leidt ons telkens af van de oorspronkelijke betekenis.
Zo wordt de Messiaanse tijd over het hoofd gezien, als vertaald wordt met ‘eeuwig verbond’, ‘eeuwig leven’, ‘eeuwige inzettingen’, enz. in plaats van ‘verbond dezer eeuw’, ‘leven dezer eeuw’, ‘inzettingen dezer eeuw’, enz.  Het Hebreeuwse woord ‘olam’ (eeuw, tijdperk) kent geen bijvoeglijk naamwoord. Reden te meer om dit ook in de vertaling te laten uitkomen.
In het Hebreeuws staat letterlijk ‘leven eeuw’, vrij vertaald: ‘leven der eeuw’, dikwijls in de zin van ‘leven in déze eeuw’. Dus géén ‘eeuwig leven’! Het Griekse woord ‘aioon’ kent wèl een bijvoeglijk naamwoord.
Er moet dan worden gelezen: ‘aionisch leven’ of ‘eeuws leven’ in plaats van ‘eeuwig leven’. Ook hier moet de tijdelijke betekenis tot uitdrukking worden gebracht.
‘Aionisch’ heeft vooral in het evangelie van Johannes betrekking op de ‘aioon’, die op déze boze ‘aioon’ volgt, namelijk de tóekomende eeuw.
Helaas moeten we constateren, dat in verreweg de meeste vertalingen deze cruciale woorden verkeerd zijn weergegeven, hetgeen tot grote verwarring geleid heeft.
De Bijbel spreekt over ‘olamim’ en ‘aionen’ als tijdperken of (wereld)perioden met een begin en een einde. Elke ‘olam’ en elke ‘aioon’ heeft een eigen ontwikkelingsgang en natuurorde. De apostel Petrus gebruikt de term ‘kosmos’ (wereld als samenstel) als thuishorend bij een bepaalde aioon.

De aionen (of wel de aeonen)

Er zijn vijf aionen of werelden te onderscheiden:
1. De eerste aioon: de toen-wereld (2 Petr.3:6)
God schept hemelen en aarde. Na een lange tijd vindt de val van Satan plaats. De eerste aioon loopt vanaf de schepping van hemelen en aarde zonder zonde en dood, vol met Goddelijke wezens en engelen tot aan de val van Satan. Door zijn val is niet alleen de geschapen aarde ‘leeg en woest’ geworden (Gen.1:1), maar ook een groot gedeelte van de geschapen hemelen, in de zin van het universum. De verwoesting van de aarde lezen we in Gen.1:2.
2. De tweede aioon: De oude wereld van 2 Petr.2:5.
God schept mensen als kroon op het herstelwerk. De tweede aioon loopt vanaf de verwoesting van de toen-wereld tot aan de zondvloed. In deze wereld zijn voor het eerst mensen geschapen, samen met andere levende wezens, zoals vogels, zee- en landdieren. Door de zonde heeft zowel in de mensen als in de dieren een degeneratieproces plaatsgevonden (Gen.2:5,6). De Satan blijft de tegenstander.
3. De derde aioon: De nu-wereld van 2 Petr.3:7
De derde aioon of de tegenwoordige ‘boze eeuw’ loopt vanaf de zondvloed tot aan de Wederkomst van Christus. In deze wereld strijdt God met de mens tegen Satan. Daartoe werd het kruis opgericht en heeft de opstanding van Christus plaatsgevonden, die perspectief biedt voor de toekomende eeuwen of aionen. In de nu-wereld, in deze boze aioon, zal de Messiaanse tijd aanbreken als afspiegeling van het 1000-jarige Rijk van de toekomende eeuw.
De derde aioon wordt onderverdeeld in diverse tijdvakken (bedelingen), waaruit Gods bemoeienis met de wereld blijkt. Het gaat dan om de volgende bedelingen:
a. De bedeling van het bestuur (overheid) over de mensheid vanaf Noach;
b. De bedeling van de belofte ten tijde van de aartsvaders;
c. De bedeling van de Messiaanse profetieën. Dit houdt in de Tenach, de Evangelie- en de Handelingen perioden met Israël als heilsorgaan, dus vanaf Mozes tot en met Hand. 28:28;
d. De bedeling van de Gemeente Gods der geheimenis (verborgenheid), ook wel genoemd de ‘tussenbedeling’ van Paulus’ tweede bediening nà Hand.28:28;
e. De bedeling van het Messiaanse Rijk in het laatste der dagen, met de afval op het eind. Dan volgt de Wederkomst van de Messias in eigen Persoon.

De leer van de bedelingen wordt ook wel het dispensationalisme genoemd, door de Joodse Bijbelgeleerde C.I. Scofield (1843-1921) als methode gebruikt voor Bijbelstudie op eenzelf­de wijze als zijn tijdge-noot E.W. Bullinger (1837-1913).
De Scofield Referende Bible (King James vertaling) is overbekend, evenals de latere New Scofield Study Bible. Scofield gebruikte zeven bedelingen om het Woord der waarheid recht te snijden (2 Tim. 2:15) en om de uitleg van de profetie toe te passen op de juiste bedeling.
Hij houdt echter geen rekening met het bestaan van de eerste twee aionen of eeuwen, de toen-wereld en de oude wereld. Hij ziet daarin een bedeling van de onschuld (vanaf de schepping tot Adams val) met daarna de bedeling van het geweten (vanaf de uitdrijving uit de hof van Eden tot aan de Zondvloed).
Het onderscheiden van de Bijbelse geschiedenis in bedelingen komt reeds voor bij de Kerkvaders Clemens van Alexandrië en bij Augustinus.
Coccejus (1603-1669) en Herman Witsius (1636-1708) uit ons land kunnen ook tot de ‘dispensationalisten’ gerekend worden.

De leer van de bedelingen (huishouding Gods) bevat als kenmerken: een periode met een vastgesteld begin en einde, een omschreven nieuwe openbaring van Gods karakter en doel, met het falen van de mens om Gods openbaring vast te houden en te gehoorzamen.
Telkens zijn er de nieuwe voorwaarden of verbonden, waaronder mensen kunnen blijven leven op aarde, doch telkens opnieuw is er op het eind van de bedeling het oordeel Gods over de mensheid als gevolg van ongehoorzaamheid.
De overeenkomst tussen deze bedelingen is, dat ze de mens belasten met bepaalde verantwoordelijkheden, maar hij zal telkens opnieuw falen. De volgende bedeling voegt aan de voorgaande openbaring iets toe zonder de voorgaande op te heffen.

4. De vierde aioon: ‘De toekomende wereld van 2 Petr.3:10,13.
De vierde aioon wordt gevormd door het  messiaanse koninkrijk (ook wel 1000-jarige Rijk genoemd), waarin de Messias tegenwoordig is als Koning der koningen en Satan in de put van de afgrond is geworpen, zodat op aarde geen zonde en dood meer zullen heersen (Openb.20). Op het einde van de periode van1000 jaar wordt Satan losgelaten en komt uiteindelijk in de vuurpoel. Het koninkrijk gaat dan gewoon weer verder. Want satan is 1000 jaar gebonden, maar dat zegt niets over de tijdsduur van het koninkrijk.

5. De vijfde aioon: De belangrijkste toekomende wereld of eeuw
De vijfde aioon is de nieuwe hemel en de nieuwe aarde van Openb.21, waarin de hemelen worden gereinigd. De vuurpoel buiten deze wereld dient tot louteringsvuur, waarop de Tweede Dood volgt.
Er wordt in Openbaring gesproken over ‘de poel van vuur (Gr.: ‘pur’) en zwavel (Gr.: ‘theion’). We lezen in Openb. 20:10,14:   ‘ . . . en de duivel, die hen verleidde, werd geworpen in de poel van vuur en zwavel . . . en zij (beest en de valse profeet!!) zullen dag en nacht gepijnigd worden in alle eeuwigheden (aionen der aionen).. En de dood en het dodenrijk werden in de poel des vuurs geworpen. Dat is de tweede dood: de poel des vuurs’. ‘Pur’ in combinatie met ‘theion’ betekent dan ‘goddelijk vuur’, d.i. ‘geestelijk’ of ‘goddelijk reinigingsvuur’.
Pijnigen kan de betekenis hebben van: ‘barensweeën voor een nieuw leven’.
Boze geesten, levend in de gevangenis (1 Petr.3:19,20; Judas, vers 6) en dode, veroordeelde, mensen uit het dodenrijk, zullen vanuit de ‘onderwereld’ (Gr.: ‘tartarus’) en vanuit het ‘dodenrijk’ (Gr.: ‘hades’) naar boven opklimmen buiten de grenzen van het 1000-jarige Rijk naar de aarde, om die te vernietigen. Vuur (‘pur’) uit de hemel voorkomt dit.” En de duivel, die hen misleidde, wordt in de poel van vuur en zwavel gegooid, bij het beest en de valse profeet. Daar zullen ze dag en nacht worden gepijnigd” Openb. 20:7-10
De dood en het dodenrijk (de doden die dood zijn en bleven omdat ze niet in het boek des levens staan)  gaan naar de poel van vuur en zwavel om daar de tweede dood te sterven.
Van daaruit heeft de opstanding van alle verloren schepselen plaats en komen tot levendmaking (1 Kor.15). Daarna, wanneer Jezus als Koning van de twee toekomende eeuwen op het einde Zijn koningschap overdraagt aan Zijn Vader, zal God ‘alles in allen zijn’ (1 Kor. 15:28).

Als er gesproken wordt over ‘aionen der aionen’ (eeuwen der eeuwen) dan worden bedoeld de belangrijkste aionen. Dit zijn de laatste twee aionen. Vaak is de term ‘aionen der aionen’ vertaald met ‘tot in alle eeuwigheid’. Dit is zéér misleidend.
De God der eeuwen is oneindig en staat bóven de eeuwen en ook bóven de tijd vóór de eeuwen en nà de eeuwen. Het Koninkrijk Gods, dat wil zeggen: de heerschappij Gods, omvat vanouds de aarde.
Door de val van de engelen, en later ook van de mensen, kan het Koninkrijk Gods van de aarde (en van een deel van de hemelen) weggenomen worden. Er heerst dan duisternis. Maar in tijden zoals in déze boze eeuw kan dit Koninkrijk Gods tijdelijk op aarde neerdalen, gepaard gaande met zichtbare grote wondertekenen, zoals in de nabijheid van het Koninkrijk der hemelen in de Evangelie- of de Handelingenperiode en in de komende Messiaanse tijd in deze eeuw, waarbij het Koninkrijk der hemelen pas goed zal doorwerken als een glorieuze periode in deze eeuw.
De aionische tijden vormen één geheel. Zij omspannen het Plan der eeuwen (Ef.3:11). Het zijn tijden, die niet eindeloos zijn, maar ‘aionisch’ zijn. ‘Aionisch’ wil zeggen een afgeronde tijdgang hebbende, die wel ononderbroken is, maar daarom niet eindeloos.
Het Hebreeuwse woord ‘olam’ betekent als werkwoord ‘verbergen’. In de olam nu is ook iets verborgen. Dat is de kracht, die God in de kosmos van een bepaalde aioon of eeuw legt en die Hij laat uitwerken.De krachten in een aioon zijn niet onuitputtelijk en zijn de aionen eindig, maar de duur ervan is niet altijd door mensen te overzien. Daarom geeft God aanwijzingen om het eind te leren zien.
Omdat God de aionische (‘eeuwse’) tijden) met vaste hand leidt en bestuurt als de God der eeuwen die bóven de eeuwen staat, heet Hij de ‘aionische’ God.
Dat beperkt Hem niet tot de aionische tijden, maar zet Hem in zekere betrekking, een verhouding, tot hemel en aarde. Evenzo staat de ‘aionische’ God in een betrekking tot alle eeuwen. Terecht is Hij de Koning der eeuwen.
Dat God méér is dan de ‘aionische’ God, bewijzen onder andere Ef. 3:9, Kol.­1:26 en 1 Kor.15:28. Ef. 3:9 spreekt over de bedeling (niet gemeen­schap!) der verborgenheid, die verborgen is geweest vanaf alle eeuwen en vanaf alle geslachten, maar nu geopenbaard aan Zijn heiligen (gelovigen). De eeuwen hebben dus een begin en een einde.
‘Eeuws’ is geen mooi Nederlands woord. Toch gebruiken we dit als vertaling van ‘aionisch’.Het heeft dan een beperkte betekenis in tegenstelling tot ‘eeuwig’ in de betekenis van oneindig’.

We houden vast: ‘Aioon’ heeft de betekenis van tijdsperiode met de daarbij behorende wereldordening. Jezus sprak over ‘deze eeuw’ en de ‘toekomende eeuw’ (Matt.12:32) en over ín deze tijd’ en ín de toe-komende eeuw’ (Mark.10:30).
Deze eeuw staat naast de toekomende eeuw. Als deze eeuw een tijdsloop is, dan is de toekomende eeuw dat ook. Onze tijd gaat niet over in de eindeloze eeuwigheid, zoals men traditiegetrouw leert en meent, maar in een nieuwe tijdsloop. Er ligt een nieuwe aioon vóór ons met een eigen tijdsverloop en andere omstandigheden. Dan is Jezus Messias teruggekeerd op aarde als Koning der koningen, tot wederoprichting van alle dingen (Hand.3:21).
Bij Paulus gaat het om elkaar opvolgende ‘eeuwen’ van Gods heilsplan (Ef.1:21; 2:7; 3:9, Kol.1:26), waarin Jezus Christus de totale mensheid tot het heil in God zal brengen (Rom.5:18,19; 1 Tim.4:10; Filip.2:10; Kol.1:20).God heeft door de Zoon de ‘eeuwen’ geschapen (Hebr.1:2) en Hij toont in Hem in toekomende eeuwen de rijkdom Zijner genade (Ef. 2:7).
Het zijn de kerkvaders Tertullianus, wiens literaire arbeid valt ongeveer van 195 tot 220 en later Hiëronymus, omstreeks 350, die de term ‘eeuwigheid’ hebben ingevoerd, die tot op vandaag nog steeds wordt gebruikt.
Zo zijn er vele verkeerde en daardoor misleidende vertalingen aan te wijzen, waardoor vele teksten voor ons oog verduisterd worden. De Kerk is steeds door gegaan met haar vergrieksing van het Evangelie, in plaats van de Bijbel te lezen in de Joodse denksfeer.
Eeuwenlang is de boodschap van de Tenach op de tweede plaats gekomen of zelfs geheel verwaarloosd, zodat men ook geen oog had voor de betekenis van de Messiaanse tijd of het Messiaanse Vrederijk in het ‘laatst der dagen’, zoals dat door de profeten uit het O.T. op velerlei wijzen is aangekondigd. Maar ook in de Evangeliën, in de vorm van gelijkenissen in Matth.13 met de groei, bloei en afval van het Koninkrijk der hemelen, waarop volgt de Grote Verdrukking van de Eindtijd. Dan gaat deze boze eeuw over in de toekomende eeuw bij de Wederkomst van Christus.

Vele christenen geloven dat we vooralsnog leven in de Eindtijd. Volgens sommige Joodse christenen is dit een misvatting: Eerst moet de Messiaanse tijd komen nog vóór de Eindtijd aanbreekt. Ook Joodse religieuzen, die niet in Jezus als de Messias geloven, zien op grond van de Tenach het Messiaanse Rijk in déze boze eeuw, hetzij zónder, hetzij mét de Messias.

Het onderscheid tussen het Koninkrijk Gods in déze eeuw en dat in de toekomende eeuw

In het Hebreeuws staat enkel ‘verbond eeuw’. Welke ‘eeuw’ of ‘olam’ of ‘aion’? We moeten kiezen! ‘Verbond der eeuw’ zegt niet alles. Dit verbond van Gods volk te zien in de toekomende eeuw heeft geen zin. In het 1000-jarige Rijk op aarde en in een deel van de hemelen, is alles volmaakt, zonder zonde en dood (Luk.20:34-36).
Jezus de Messias is Zèlf aanwezig als Koning der koningen en de Heer der heren, in dit eerste en algemene opstandingsleven. Er is geen vijandschap want Satan is in de ‘afgrond’ (Gr.: ‘abyssos’) geworpen, terwijl de boze gees-ten nog steeds in de ‘bewaarplaats’ (Gr.: ‘tatarus’) gevangen zitten en de goddelozen zich in de ‘sheol’ of ‘hades’, het dodenrijk, bevinden, om later in de ‘poel van vuur en zwavel’ terecht te komen om gericht te worden tot God
Een louteringsproces waarbij opstanding ten leven vanuit de Tweede dood mogelijk wordt, opdat God alles in allen zal zijn.
In het 1000-jarige Rijk heeft het geen zin een verbond te sluiten als er geen tegenstander of vijand is. In de toekomende eeuw is er geen verbond en moet de voorkeur gegeven worden aan de vertaling ‘verbond dezer eeuw’. Dat geldt voor alle zelfstandige naamwoorden, die met het woord ‘olam’ zijn verbonden. Uit de contect blijkt vaak dat het om déze, onze huidige, ‘olam’ of ‘eeuw’ gaat. Door het zo te interpreteren worden de profetieën veel begrijpelijker en realistischer.
Dit zijn de ervaringen van gelovigen, die de Messiaanse tijd in déze eeuw situeren.
Voorbeeld: Als gezegd wordt dat God een ‘eeuwig’ verbond sluit met Abraham, dan is bedoeld: Gods verbond met Abraham in déze eeuw.
De Handelingenperiode met de wondertekenen zonder de authentieke tegenwoordigheid (Gr.: ‘parousia’) van de verheerlijkte Messias met de overvloed van de Heilige Geest door het Pinkstergebeuren kan gezien worden als profetie of voorafschaduwing van het nog komende Nieuwe Verbond in het Koninkrijk der hemelen in volheid in de Messiaanse tijd zónder de Messias.
Het Koninkrijk Gods in de Handelingenperiode (óók in de tijd van de Evangeliën mét de Messias) was er slechts in beginsel met ‘het laatst der dagen’, ook als beginsel. Wel zal de Geest van Christus, die losstaat van de Heilige Geest Gods, in de Messiaanse tijd ten diepste in de harten van de mensen doorklinken, als erfenis van de Evangelieperiode. Véél meer dan in de tussenbedeling van de Gemeente Gods na Hand. 28.
Wellicht ten overvloede: Het niet zien van het Koninkrijk Gods in déze eeuw in ‘het laatste der dagen’ (in de herfstgeschiedenis van déze eeuw) is mede te wijten aan de verkeerde vertalingen van ‘olam’ en ‘aion’ met de afleidingen ervan.Jezus de Messias zal pas weer authentiek aanwezig zijn in het Koninkrijk Gods in de toekomende eeuw als de Koning der koningen en Heer der heren.
Op andere plaatsen kunnen we evenwel ‘eeuw’ plaatsen in de toekomende eeuw, maar dat moet ook blijken uit de context. Vooral het evangelie van Johannes spreekt menigmaal over de ‘aion’, in de zin van ‘toekomende eeuw’. Het voert nu te ver om daar op in te gaan.
Na de tussenbedeling van de Gemeente Gods van Paulus, waarin veel aandacht gegeven wordt aan het toekomstige heil voor de volken, zal het Koninkrijk der hemelen weer terugkeren in het laatste der dagen, maar dan zal er een overvloed van de Heilige Geest, de Trooster, als de afstraling van Gods wezen, tegenwoordig zijn, die de uitstorting van de Heilige Geest op de Pinksterdag verre zal overtreffen op een wijze, dat zonde en dood zo veel mogelijk ten onder zullen worden gehouden. De profetie van Jes.65:17-25 klinkt nu reeds als een jubellied in onze oren:
‘Want zie, Ik schep een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, aan wat vroeger was, zal niet gedacht worden, het zal niemand in de zin komen. Maar gij zult u verblijden en juichen voor eeuwig over hetgeen Ik schep, want zie, Ik schep Jeruzalem tot jubel en zijn volk tot blijdschap.En Ik zal juichen over Jeruzalem en Mij verblijden over mijn volk. En daarin zal niet gehoord worden het geluid van geween of van geschreeuw. Daar zal niet langer een zuigeling zijn, die slechts weinige dagen leeft, noch een grijsaard, die zijn dagen niet voleindigt, want de jongeling zal als honderdjarige sterven, zelfs de zondaar zal eerst als honderdjarige door de vloek getroffen worden. Zij zullen huizen bouwen en die bewonen, wijngaarden planten en de vrucht daarvan eten; zij zullen niet bouwen opdat een ander er wone; zij zullen niet planten, opdat een ander het ete, want als de levensduur der bomen zal de leeftijd van mijn volk zijn en van het werk hunner handen zullen mijn uitverkorenen genieten. Zij zullen niet tevergeefs zwoegen en geen kinderen voortbrengen tot een vroegtijdige dood, want zij zullen een door de HERE gezegend geslacht zijn, en hun nakomelingen met hen. En het zal geschieden, dat Ik antwoorden zal, voordat zij roepen; terwijl zij nog spreken, zal Ik verhoren. De wolf en het lam zullen tezamen weiden en de leeuw zal stro eten als het rund, en de slang zal stof tot spijze hebben; zij zullen géén kwaad doen noch verderf stichten op gans mijn heilige berg, zegt de HERE’.  (Voor ‘eeuwig’ moet letterlijk gelezen worden: ‘le-olam’, de eeuw uit, niet eeuwig of tot in eeuwigheid).
Let wel: hier vindt naast het huwen met het krijgen van kinderen ook het sterven nog steeds plaats, zij het op zeer hoge leeftijd. Dit zal niet meer het geval zijn in de toekomende eeuw, het 1000-jarige Rijk. Jezus zegt in Luk. 20:34-36 overduidelijk:
‘De kinderen dezer eeuw huwen en worden ten huwelijk genomen, maar die waardig gekeurd zijn deel te verkrijgen aan die eeuw en aan de opstanding uit de doden, huwen niet en worden niet ten huwelijk genomen. Want zij kunnen niet meer sterven; immers, zij zijn aan de engelen gelijk en zij zijn kinderen Gods, omdat zij kinderen der opstanding zijn’. In het eerste opstandingsleven van de toekomende eeuw, het 1000-jarige Rijk, wordt er niet meer gehuwd en worden er ook geen kinderen meer geboren. De opgestanen kunnen niet meer sterven. Zij zijn dus onsterfelijk geworden gelijk de engelen reeds zijn.
Dit is het markante verschil tussen het Koninkrijk der hemelen, ofwel het Koninkrijk Gods (5de  aeoon), in déze eeuw en het Koninkrijk Gods in de toekomende eeuw! (4de aeoon)
Matth.3:2; 11:11; 13:1, e.a. spreken over het Koninkrijk der hemelen als het over het Messiaanse Vrederijk in déze eeuw gaat. Mark.1:15; 4:11; Luk.7:28; 10:9 spreken echter over het Koninkrijk Gods rondom eenzelfde gebeurtenis. Het Koninkrijk der hemelen staat hier gelijk aan het Koninkrijk Gods op aarde in déze eeuw.
Alleen Mattheüs spreekt over het Koninkrijk der hemelen. Het is een term, die niet van toepassing verklaard kan worden op het Koninkrijk in de toekomende eeuw. Niet alleen Jesaja, ook de profeet Zacharia van nà de Babylonische gevangenschap, profeteerde veelvuldig over de Messiaanse tijd.
Het herstel van Israël in de Messiaanse tijd is hiermee een toekomstige gebeurtenis en wel in de herfst van onze wereldgeschiedenis, het laatste der dagen in déze eeuw. Het neemt niet weg, dat andere profetieën van vóór en tijdens de ballingschap ook van toepassing verklaard kunnen worden op de Messiaanse tijd, al zijn ze soms, zij het ten dele, in de O.T.-geschiedenis, en vooral in de tijd van de Evangelieën en de Handelingenperiode, vervuld.
Een en ander van de reeds vervulde profetieën, dienen op hun beurt tevens als vóórvervulling van de tijd, het laatste der dagen, waarin de profetie ten volle en in werkelijkheid zullen worden vervuld, ook krachtens de profetieën in het N.T.
De profeet Zacharia, levend na de Babylonische ballingschap, ziet met zijn visionaire beeldspraken het Goddelijk gericht de aarde schoonvegen, vóórdat de Messiaanse tijd aanbreekt. Het gaat eerst om de reiniging van de aarde. In het 1000-jarige Rijk is de aarde volmaakt, zonder zonde en dood. Vanaf de aarde komt later ook de reiniging van alle duisternis in de hemelen, het universum, zoals in de aioon van de nieuwe hemel en van de nieuwe aarde in Openb.21.
In het gericht moeten we niet een negatieve klank willen horen. Het rechtzetten, het reinigingsproces, hoe verschrikkelijk ook, heeft uiteindelijk een positief aspect. Gods oordeel zuivert de aarde van alle onrecht en geweld om haar bewoonbaar te maken voor de mensen.
Allereerst in de Messiaanse tijd door de heerlijkheid van de Geest des Heren in het laatste der dagen. Ook hier zal de Heilige Geest Zijn louterende werk doen door Gods genade alleen!
Het laatste der dagen wordt ook aangeduid als de ‘dag des Heren’, die losstaat van dé Dag des Heren van de Eindtijd. Deze omvat de Grote Verdrukking en de terugkeer van de Messias, om het eerste algemene opstandingsleven, zonder zonde en dood, in de toekomende eeuw mogelijk te maken.
Voor alle duidelijkheid: De dag des Heren in het eerste geval betreft een oecumenisch gebeuren, dus alléén de bewoonde aarde in déze eeuw. In het tweede geval gaat het om een kosmisch gebeuren, waarbij het heelal betrokken wordt zoals bij de Wederkomst, waarbij tegelijk de overgang van déze aioon (eeuw) naar de volgende aioon (eeuw) zal plaatsvinden.
Door dit onderscheid te maken wordt aan de Schrift op dit onderdeel recht gedaan.
Zoals gesteld heeft de vertaalde Schrift door de dogmatische opvattingen van de kerkelijke vertalers dit onderscheid niet weergegeven, zodat het zicht op het onderscheid tussen het Koninkrijk Gods in déze eeuw en het Koninkrijk Gods in de toekomende eeuw ons is ontnomen. Voor wat betreft de toekomende eeuw(en) is de verborgen wil van God aan Paulus geopenbaard. De Vader heeft Zich voorgenomen Zijn hele schepping op Zijn wijze te besturen. In de volheid der tijden zal de Messias het Hoofd worden van al wat is en zal alles aan Hem onderworpen worden (Ef.1:9,10). De Heer Jezus is gezet boven alle overheid, macht, kracht, heerschappij en alle naam, die genoemd wordt, niet alleen in deze, maar ook in de toekomende eeuw (Ef. 1:22). Maar Zijn Koningschap is thans in deze eeuw verborgen.
We zien nog niet, dat Hem alle dingen onderworpen zijn (Hebr.2:8) ondanks dat na Zijn opstanding Hij alle macht ontvangen heeft in de hemel en op aarde. Hij heeft Zijn Koningschap nog niet aanvaard (Openb.11:17).
Dit gebeurt pas in de toekomende eeuw(en). In het O.T. was bekend, dat de Messias in de toekomende eeuwen over de gehele aarde zou heersen (Dan.7:13,14), maar volgens Paulus zal Zijn heerschappij zich ook uitstrekken over het ganse heelal (Ef.1:10; Kol.1:16-20; Fil.2:10,11). Dit is in het Koninkrijk Gods van de toekomende eeuw(en).
De apostel leert over dit Koninkrijk Gods in 1 Tim. 6:15 en 2 Tim.2:12, waarbij Christus, door wie alles is geschapen, alles naar God zal terugvoeren (Kol.1:16-20).Dit nu is het evangelie Gods: God alles in allen! Halleluja, God zij de eer.
Gods plan in de toekomende eeuwen
Nu we de term ‘eeuw’ hanteren in plaats van ‘eeuwigheid’ kunnen we beter begrijpen wat de betekenis van vuur en zwavel is als een tijdelijk Goddelijk reinigingsproces.
Een proces dat wordt toegepast in de toekomende eeuwen op de goddelozen, die buiten de nieuwe hemel en aarde van Openb.21 zijn in een plaats, die brandt van vuur en zwavel en die de Tweede dood wordt genoemd (Openb.21:8).
De poel van vuur en zwavel was er reeds, nadat God vuur van de hemel liet neerkomen op de vanuit de onderwereld opklimmende geesten- en mensenvolken, die het 1000-jarige Rijk teniet wilden doen (Openb. 20:9,10), maar in de poel van vuur en zwavel worden geworpen.
Daarin  bevinden zich al het beest en de valse profeet van de eindtijd. Zij zullen dag en nacht gepijnigd worden, als een Goddelijk reinigingsproces, dat reeds in de toekomende eeuw buiten het 1000-jarige Rijk wordt toegepast. Mogelijk dat de opstanding uit de Tweede dood pas zal plaatsvinden ten tijde van de laatste aioon van de Nieuwe hemel en aarde.
De traditie leert ons, dat ‘de poel, die brandt van vuur en zwavel’ een plaats is, waar het meerendeel van de mensheid voor eeuwig of eindeloos wordt gepijnigd en gekweld door de duivel en zijn demonen. Dit is in strijd met Gods liefde, wijsheid en heerlijkheid, waarvan we in deze boze eeuw niet veel van merken vanwege de duisternis in deze wereld, dan alleen bij bijzondere gelegenheden zoals in de tijd van Mozes, Jezus’ eerste komst op aarde, de Handelingenperiode en recent de oprichting van de staat Israël in 1948 en de verovering van Jeruzalem door de Joden in 1967.
Dan spreekt God tot de mensheid door wondertekenen uit de hemel van het Koninkrijk Gods, zoals we die ook kunnen verwachten in alle overvloed in de nog komende Messiaanse tijd in deze boze eeuw vóór de Wederkomst.
Gods voeten, niet die van de Messias, zullen te dien dage op de Olijf-berg staan, die vóór Jeruzalem ligt aan de oostzijde (Zach.14:3,4).
Dan komen de dagen, dat God met Israël en Juda een Nieuw Verbond zal sluiten, waarbij God Zijn Wet in hun binnenste zal leggen en die in hun hart zal schrijven, door de overvloed van de Geest des Heren (Jer.31:31-34.
Het Koninkrijk Gods komt pas volledig op aarde in de toekomende eeuw. Dan is de Messias aanwezig en is Satan in de put van de afgrond (Gr.: ‘abyssos’) geworpen, zodat geen enkel kwaad meer kan worden gesticht op deze aarde. Zonde en dood zijn verdwenen.
In de laatste eeuw zal bovendien het universum (de hemelen) worden gereinigd opdat daarna ‘God alles in allen’ zal zijn, wanneer Jezus Christus Zijn Koningschap overdraagt aan God de Vader (1 Kor. 15).
Daar buiten is er de poel van vuur en zwavel ter ontzondiging en reiniging van de gevallen schepselen, met inbegrip van de gevallen engelen en de Satan.
Het ‘aionische’ (eeuwse) vuur is in eerste instantie bestemd voor de duivel en zijn trawanten en pas in tweede instantie voor de goddeloze mensen (Matth.25:41).

De eerste en de tweede dood

Voordat we de ‘tweede dood’ als bijbels gegeven bespreken, zeggen we eerst iets over de eerste dood.
De mens bevindt zich in deze boze eeuw in een sterfelijke toestand. Zijn leven eindigt als regel in een doodstoestand (Gr.:‘necros’), zonder een onmiddellijk bewust leven na dit leven, na het sterven.
Bij de dood wordt Gods levensadem weggenomen, zodat de mens met lichaam, ziel en geest in de doodstoestand, de ‘necros’  verkeert (Pred.12:7). Dit geldt voor zowel de rechtvaardige als de onrechtvaardige.

De Geest, de levensadem Gods is het levensbeginsel, dat van God uitgaat, maar ook weer naar God terugkeert. Door de inblazing Gods wordt de mens tot een levend wezen of persoon (Gen.2:7). De dode mens heeft geen levensgeest meer (Gen.7:22) en heeft opgehouden langer een bewust persoon te zijn (Ps.104:29,30; 146:4).
De mens kan dus niet direct na het sterven als zelfbewuste ziel of geest in de hel, het vagevuur, het paradijs, of in de hemel zijn. Iedere dode wacht op de opstanding van lichaam, ziel en geest tegelijk, hetzij ten leven, hetzij ten oordeel.
Zo lang heeft de gestorvene geen enkele betrekking meer met de omgeving (Pred.9:5,6). De mens is stof en zal tot stof wederkeren (Gen.3:19).
De doden worden verlaten in het dodenrijk (Hebr.:’sheol’; Gr.: ‘hades’) en ondergaat het verteringsproces. Maar God blijft waken over het dodenrijk.

De opstanding van de mens blijft een toekomstige aangelegenheid. In Luk.23:45 lezen we dan ook: ‘Ik zeg u heden, gij zult met Mij in het Paradijs zijn’.
Met ‘Paradijs’ wordt bedoeld de ‘heerlijkheid Gods’. Bij de wederkomst zullen de nog levende gelovigen echter niet sterven, maar onmiddellijk worden weggevoerd, in een oogwenk, op de wolken in de lucht, de Heer tegemoet (1 Thess.4:17).
Dit is een uitzondering, want ons aards bestaan eindigt als regel in de dood zonder een bewust leven onmiddellijk na de dood.
De voorstelling van Abrahams schoot en een plaats van pijniging komt uit een traditie van de Farizeeën. Jezus zal deze, overigens verkeerde, voorstelling gebruiken in de gelijkenis van de rijke man en de arme Lazarus (Luk.16:19-31), om hiermee de Farizeeën de les te lezen. De rijke Farizeeën met hun zelfingenomenheid en betweterigheid moeten terugkeren naar Mozes en de profeten.
Vele christenen menen dat Elia niet gestorven is, maar ten hemel is gevaren (2 Kon.2:1-12). Jezus maakt echter duidelijk dat tot op Zijn komst ‘niemand opgevaren is ten hemel, dan die uit de hemel is nedergedaald, de Zoon des mensen (Joh.3:13).
Deze uitspraak van Jezus zou dan inhouden, dat Elia’s hemelvaart niet tot in Gods hemelen heeft plaatsgevonden. Elia moet in het luchtruim meegevoerd zijn door een stormwind en elders weer op aarde zijn neergezet. Immers, Elia heeft later nog een brief geschreven aan koning Joram (2Kron.21:12). Mogelijk gaat het bij Elia om een wonderbaarlijke verplaatsing door de Heilige Geest, zoals bij Ezechiël (Ez.3:14) en Filippus (Hand.3:29,30).
Wel heeft er een opstanding van ‘heiligen’ plaatsgevonden nà de verrijzenis van Jezus, toen de graven open gingen en hun opstandings-lichamen werden gezien. Deze ‘heiligen’ zijn aan velen verschenen.Tijdens Jezus’ hemelvaart kunnen ook zij ten hemel zijn gevaren.
Het gaat hier om een vóóropstanding uit de doden (Matth. 27:51-55), die eenmaal zal plaatsvinden bij een aantal ‘heiligen’ in de Messiaanse tijd, zoals bij Abraham, Mozes, Elia, enz.
De eerste dood, zoals die op aarde sedert het bestaan van de mens een werkelijkheid is, staat los van de ‘geestelijke’ dood, waarin de mens verkeert tijdens een leven met vol bewustzijn. Hij bevindt zich in een sterfelijke toestand, die overgaat in de echte doodstoestand. Voor hen, die in Christus zijn, gelden de woorden in Joh.5:24:  ‘Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, wie mijn woord hoort en Hem gelooft, die mij gezonden heeft, heeft aionisch (= eeuws) leven en komt niet in het oordeel, want hij is overgegaan uit de dood in het leven’.  Het gaat hier om het opstandingsleven in de toekomende eeuw als de opstanding uit de ‘eerste’ dood.
Het zijn de eerstelingen voor God en het Lam, die deel hebben aan de eerste opstanding en die van de tweede dood geen schade zullen lijden (Openb.2:11).
De namen van hen, die deel hebben aan het eerste opstandingsleven, staan opgeschreven in het boek des levens (Openb. 19:20). Zij zijn de eerste losgekochten van de aarde (Openb.14:3-5).
Het betreft hier de opgestanen uit de eerste dood tot levendmaking. Maar in de Messias worden allen, dus ook de rest van de totale mensheid, weer levend gemaakt worden. Evenals in Adam allen sterven, zo zullen ook allen levend gemaakt worden door Jezus Christus als de tweede Adam (1 Kor.15:21,22). Maar ieder in zijn eigen volgorde:
1. Christus als eersteling,
2. Die van Christus zijn bij Zijn Wederkomst,
3. Daarna is er het einde.
Dat wil zeggen: het einde aan het weer levend maken (1 Kor.15:22-24).

Er komt een dag dat er geen dood meer zijn zal (Openb. 21:41). De dood op zich wordt onttroond (1 Kor.15:26). Daartoe dient de tweede dood, de poel van vuur en zwavel. In de tweede dood gaat het in eerste aanleg om een sterfelijke toestand (‘hanatoth’) van Gods schepselen, die in tweede aanleg vanzelf overgaat in de werkelijke doodstoestand (‘nekros’).
Gods verlossingsplan betreft niet alleen hen, die van Christus zijn, maar ook hen, die geen deel mochten hebben aan het eerste opstandingsleven in de toekomende eeuw, het 1000-jarige Rijk met de authentieke tegenwoordigheid van de verheerlijkte Messias, waarbij Satan tijdelijk in de put van de afgrond (‘abyssos’) is geworpen en de boze geesten in de bewaarplaats (‘tartarus’) gevangen gehouden worden. Op deze wijze heerst er in het eerste opstandingsleven een volmaakt aards leven zonder zonde en dood (Luk.20:34-36). Satan, de boze geesten en de opgestane mensenvolken ten oordeel uit het dodenrijk, moeten op het einde van de duizend jaar verhuizen naar de poel des vuurs, wat tevens inhoudt de plaats van de tweede dood.
De eerstelingen voor God onder de mensen zullen in de toekomende eeuw het eerst opstaan ten leven, maar de opgestanen ten oordeel als de verworpenen voor het eerste opstandingsleven, komen in de vuurpoel ter reiniging, ter loutering, door het vuur en zwavel om uiteindelijk de tweede dood te sterven, waaruit de tweede opstanding ten leven mogelijk wordt gemaakt voor alle gevallen schepselen met inbegrip van Satan.
De tweede dood is er om de eerste dood voorgoed te niet te doen, want alle dingen moeten nieuw worden gemaakt (Openb.21:5). Bij het laatste oordeel bij de grote witte troon in Openb.20, dat veel later volgt dan het oordeel van de Zoon des mensen met het oordeel over schapen en bokken (Matth.25:31-46) is er tevens sprake van de overgang van de toekomende aioon naar de laatste aioon van de Nieuwe hemel en de Nieuwe aarde. Er wordt gezegd dat de doden in de zee en het dodenrijk worden geoordeeld, een ieder naar zijn werken (Openb.20:13)
Dit laatste wil zeggen dat de goddelozen in zonde en in de eerste dood van het dagelijks leven geleefd hebben. Dit alles zal de opgestanen ten oordeel duidelijk worden gemaakt om daarna de genade Gods te ontvangen.
De genade Gods is niet gebaseerd op de werken der wet, die alleen maar nut hebben voor de dagelijkse gang van zaken in deze boze eeuw of wereld. Het gaat meer om degenen, die in andere boeken staan geschreven, om geworpen te worden in het reinigingsproces van de vuurpoel (Openb.20:15). Het betreft de doden, die nog niet zijn opgestaan.
De goddelozen worden als de opgestanen ten oordeel door het vuur gereinigd, waarop noodzakelijkerwijs de tweede dood moet volgen, maar niet voor ‘eeuwig’, in altoosdurende zin. Zij, die in de andere boeken staan, zullen uiteindelijk ook opstaan bij de tweede opstanding ten leven. Hier geldt het bijbelse gegeven: vanuit de dood tot het leven!
Dan is er een eind gekomen aan de levendmaking van alle verloren schepselen Gods.
Dan hebben de tijden van de wederoprichting van alle dingen hun einde gekregen (Hand.3:14).Ter voorbereiding van de volheid der tijden wordt AL wat in de hemelen en op de aarde is onder één Hoofd, dat is Christus, samengevat (Ef.1:10). Daarna zal God alles in allen zijn (1 Kor.15:28). Dan zal ALLE tong God loven (Rom.14:11).
Om de verzoening van alle mensen en alle dingen te kunnen begrijpen, is het nodig enige kennis en inzicht te hebben in Gods plan der eeuwen en in te zien dat de term ‘eeuwigheid’, in de betekenis van eindeloosheid ons zicht op Gods plan uitermate vertroebelt.

Wat is de betekenis van vuur?
‘Vuur’ is de vertaling van het Griekse woord ‘pura’ (bijv. In Hand. 28:2). Het is een natuurlijk vuur, waarbij men zich kan warmen. Op Pinksterdag is sprake van ‘tongen als van vuur’ (Hand.2:1-3). Hier staat in het Grieks niet ‘pura’, maar ‘pur’. Hier klinkt ons Nederlandse woor ‘puur’ in door. Het duidt op een ‘geestelijk’ vuur dat zuivert, op het vuur van God, het vuur van de H. Geest.
Het duidt ook op het vuur dat God IS, Hij is immers een ‘verterend vuur’ (Deut.4:24; Hebr. 12:29), dat een mens in zondige staat niet verdragen kan vanwege Gods heiligheid en majesteit (Jes.33:14).
Dit is hetzelfde vuur waarin de Messias Zijn discipelen zou dopen (Matth.3:11).
Andere schriftplaatsen, waarin het woord ‘pur’ in de zin van ‘geestelijk vuur’ wordt gebruikt zijn o.a. Matth.3:12; 5:22; Hand.2:19; 1 Kor.3:13, 15; Hebr.1:7; Openb.3:18; 8:5; 14:10.

Wat is de betekenis van zwavel?
Het woord ‘zwavel’ komt voor in Openb.19:20:  ‘de poel des vuurs, die van zwavel brandt.
Het gaat om dezelfde poel des vuurs als die in Openb.20:10 of het ‘eeuwse’ vuur in Matth.25:41.
Het woord ‘zwavel’ duidt op de aard van het vuur. Het Griekse woord voor ‘zwavel’ is ‘theion’.
Opmerkelijk is dat dit Griekse woord in Hand. 17:29 is vertaald met ‘het goddelijke’ of ‘de godheid’. We kunnen hieruit concluderen dat in Openb.19:20 wordt gesproken over een ‘goddelijk vuur’ of een ‘vuur dat van Godswege brandt’. Het is een Goddelijk reinigingsproces.
Zwavel of sulfer was in de oudheid iets heiligs voor de antieke godenwereld en werd gebruikt om te bewieroken, te zuiveren of te reinigen. Dit deden ook de Israëlieten voor de God van Israël op hun eigen wijze in hun offerdiensten.
Het werkwoord waarvan ‘theion’ is afgeleid is ‘theioo’. Het betekent ‘heiligen’, ‘goddelijk maken’, ‘aan God opdragen’. De poel van vuur en zwavel betekent dus een plaats van Goddelijke reiniging, van scheiding (= oordeel) van goed en kwaad, teneinde aan God te kunnen worden opgedragen. De zuivere betekenis van het Griekse woord ‘theion’ is dus ‘Goddelijke reiniging’ of ‘Goddelijke toewijding’.
In deze poel worden allen, die geen deel hebben aan de eerste opstanding van de toekomende eeuw dag en nacht (= zonder ophouden in een bepaalde tijdsduur) gepijnigd in ‘de aionen der aionen’, dit is: in de twee belangrijkste laatste aionen of eeuwen. Dus niet ‘in alle eeuwigheid’, zoals ‘aionen der aionen’ is vertaald. Zie verder Openb.20:6, 10,13-15.

Wat is de betekenis van pijniging?
Het woord ‘pijniging’ vereist de nodige aandacht. Het Griekse werkwoord ‘pijnigen’ in Openb.20:10, ‘basanizo’, heeft de betekenis van ‘hevige pijn hebben’ (Matth.8:6), ‘teisteren’ (Matth.14:24), ‘aftobben’ (Mark. 6:48), ‘kwellen’ (2 Petr.2:8), ‘barensweeën hebben’ (Openb. 12:2).
De oorspronkelijke betekenis van het werkwoord is ‘testen door op een toetssteen te wrijven’. Dan betekent het zien of iets zuiver is of niet. Deze betekenis komt overeen met ‘goddelijke reiniging’.
De ‘pijniging’ is de test, die zal aantonen of er enige verandering is gekomen in de gekwelde. Het is dit grote mysterie, dat in de poel van vuur en zwavel iedere kwelling en pijniging een geboorte zal zijn voor een nieuw leven door Gods genade, gebaseerd op die éne Weg, de Waarheid en het Leven van Jezus Messias op grond van Zijn dood en op-standing. Dit maakt, in universele zin, voor ieder schepsel leven uit de dood mogelijk.

Slotopmerking
Het is stellig waar, dat de beelden en voorstellingen van de toekomende eeuwen in Openbaring niet bedoeld zijn als een adequate beschrijving hoe alles precies te werk zal gaan. Het gaat om summiere gegevens, waarbij de Bijbelse boodschap omtrent de toekomende eeuwen toch kan blijven doorklinken door beelden en voorstellingen ontleend aan onze mensenwereld, die door de Heilige Geest als zodanig zijn gekwalificeerd.

3 thoughts on “G_ds plan der eeuwen, aeonen

  1. Wow, superb blog layout! How long have you been blogging for? you made blogging look easy. The overall look of your website is wonderful, let alone the content!

Comments are closed.