Wat is de 2de dood?

Hierbij wat vragen en antwoorden omtrent het onderwerp “2de dood”.

1. Wat is “de tweede dood”?
2. Is “de tweede dood” een plaats van pijniging?
3. Vindt er dan geen pijniging plaats in de poel van vuur?
4. Wat is de poel van vuur?
5. Wie komen in “de tweede dood” terecht?
6. Wat is het boek des levens?
7. Komt er een einde aan “de tweede dood”?
8. Wat is de zin van “de tweede dood”?
9. Duidt het “van de tweede dood schade lijden” (Openbaring 2:11) op bewustzijn in deze doodstoestand?
10. Hoe kunnen dood en dodenrijk (hades) in de poel van vuur worden geworpen (Openbaring 20:14)?
11. Geeft het feit dat de ongelovigen onder voorwaarde het Nieuwe Jeruzalem binnen kunnen gaan (22:14,15), niet aan dat ze niet écht dood zijn?

1. Wat is “de tweede dood”?

Deze vraag wordt direct beantwoord in Openbaring 20:14 en 15.
“En de dood en het dodenrijk werden in de poel des vuurs geworpen. Dat is de tweede dood: de poel des vuurs. En wanneer iemand niet bevonden werd geschreven te zijn in het boek des levens, werd hij geworpen in de poel des vuurs”.
Deze versen behoeven geen verklaring – ze zijn de verklaring! “Dát is de tweede dood”. Wanneer we deze beschrijving nemen zoals ze zich aandient, dan betekent dit, dat (een deel van) degenen die hier zijn opgestaan om voor de “grote witte troon” te verschijnen, een plotselinge vuurdood zullen sterven. Aangezien zij ooit al eerder dood waren, heet deze dood, “de twééde dood”.

2. Is “de tweede dood” een toestand van pijniging?

Nee. Wanneer we eenmaal begrijpen wat de Bijbel onder ‘dood’ verstaat, dan weten we ook wat “de twééde dood” is. De Bijbel leert dat de doden niets weten (Prediker 9:5). Dood is niet een andere vorm van leven, maar juist het tegenovergestelde van leven. Aangezien “de tweede dood”, uitdrukkelijk dóód heet, kan het niet anders dan dat degenen die daarin verkeren zich van niets bewust zijn.

3. Vindt er dan geen pijniging plaats in de poel van vuur?

Hier moeten we goed onderscheiden. Van Satan, het Beest en de valse profeet lezen we dat zij worden geworpen in de poel van vuur en daar gepijnigd worden “tot in de aeonen der aeonen” (Openbaring 19:20; 20:10).
Maar let op: voor de satan en zijn twee trawanten zal de poel van vuur beslist niet “de tweede dood” zijn. Zij zijn sowieso niet dóód, want zij worden gepijnigd. En bovendien is het geen twééde dood omdat ze niet eens een éérste dood zijn gestorven.
Terwijl voor mensen het meer van vuur, een toestand van dood zal inluiden, zal het duivelse drietal in deze plaats worden gepijnigd. Dat zij daar niet sterven is omdat zij geen ‘gewone’ mensen zijn. Van de Satan, “de oude slang” is dit vanzelfsprekend. Minder bekend is dat zowel het Beest als de valse profeet, manifestaties zijn van wezens die uit de afgrond komen (Openbaring 13:1,11).

4. Wat is “de poel van vuur”?

De uitdrukking “de poel van vuur” komt 5x voor en wel in het boek ‘Openbaring’. Het woord voor ‘poel’ duidt op een meer, b.v. het meer van Gennesaret (Lucas 5:1). De eerste keer dat gesproken wordt van “de poel van vuur” is in Openbaring 19:20. Uit de samenhang en andere teksten blijkt dat er sprake is van een veldslag niet ver verwijderd van de Dode Zee. Wellicht dat dit meer, dat vanouds bekend staat om z’n vuur en zwaveldampen (Genesis 19:24-28), model staat voor de term.

5. Wie komen in “de tweede dood” terecht?

Ook deze vraag wordt direct in Openbaring 20:14,15 beantwoord:
“Dat is de tweede dood: de poel des vuurs. En wanneer iemand niet bevonden werd geschreven te zijn in het boek des levens, werd hij geworpen in de poel des vuurs”.
In de woorden “en wanneer iemand niet…”, klinkt door, dat er ook mensen zullen zijn, die wél staan ingeschreven in het boek des levens.
In Openbaring 21:8 wordt de groep van mensen die niet staan ingeschreven in het boek des levens nader omschreven: lafhartigen, ongelovigen, etc.

6. Wat is het boek des levens?

Uit Openbaring 21:27 weten we dat slechts zij die zijn ingeschreven in “het boek des levens”, recht hebben in te gaan in het nieuwe Jeruzalem. Door hun inschrijving in “het boek des levens” zijn zijn gerechtigd deel te hebben aan het leven van “de aioon der aionen”.
Het is opvallend dat diverse keren melding gemaakt wordt van de mogelijkheid uitgedelgd te worden uit dit boek (Psalm 69:28; Openbaring 3:5; Exodus 32:32,33). De onrechtvaardigen worden uit dit boek gewist, zodat uiteindelijk slechts de namen van de rechtvaardigen in dit boek overblijven .

7. Komt er een einde aan “de tweede dood”?

Ja zeker! Paulus schrijft in het beroemde hoofdstuk 1Korinthe 15(vers 26): “de laatste vijand die onttroond wordt is de dood”. Alle mensen zullen worden levendgemaakt naar het model van Christus, de Eersteling (1Korinthe 15:22). In onvergankelijkheid, heerlijkheid en kracht. Het mag duidelijk zijn dat zolang de toestand van de tweede dood voortduurt, dit Goddelijk voornemen nog niet vervuld is.
Punt twee: 1Korinthe 15 stelt dat wanneer de dood als laatste vijand zal zijn teniet gedaan, Christus niet langer als Koning zal heersen. Welnu, in Openbaring 21 en 22 is dit nog niet het geval, aangezien daar nog steeds koningen heersen (22:5) en daar ook nog sprake is van “de troon van het Lam” (Openbaring 22:1). Paulus laat zien dat het teniet doen van de dood, de ‘finishing touch’ zal zijn van Christus’ heerschappij. Dit gegeven ligt voorbij de horizon van ‘Openbaring’. Vandaar dat Paulus in 1Korinthe 15 verder ziet dan Johannes in ‘Openbaring’.

8. Wat is de zin van “de tweede dood”?

Bij de grote witte troon zal “toorn, gramschap, verdrukking en benauwdheid” komen over degenen die het kwade hebben gedaan (Romeinen 2:8,9). De tweede dood zal aan dit leed een einde maken. Vanuit dat perspectief is “de tweede dood” geen foltering maar juist een verlossing!
We moeten bedenken dat degenen die opstaan om berecht te worden voor “de grote witte troon” nog steeds stervelingen zijn. Net als heel wat mensen die in Bijbelse tijden uit het graf opstonden, maar later weer stierven (voor hen dus een tweede dood!), zo sterven ook degenen die in het meer van vuur worden geworpen, een tweede dood. Omdat hun namen niet staan geschreven in het boek des levens, zullen zij geen deel hebben aan de heerlijkheid van het nieuwe Jeruzalem (Openbaring 21:27). Pas wanneer de dood als laatste vijand zal worden teniet gedaan, zullen ook zij levendgemaakt worden. Eerst dan zal God zijn “alles in allen”!

9. Duidt het “van de tweede dood schade lijden” (Openbaring 2:11) op bewustzijn in deze doodstoestand?

Het woordje “lijden” (NBG-vertaling) suggereert misschien deze gedachte. De Staten Vertaling spreekt echter terecht van “schade toebrengen”. Dat hoeft in het geheel niet de gedachte van gevoel, pijn o.i.d. in zich te bergen. Dit blijkt vanzelf wanneer we even doorbladeren en hetzelfde Griekse woord (adikeo) tegenkomen in hfst.6:6 waar gesproken wordt van schade toebrengen aan olie en wijn en in hfst. 7:2 van het schade toebrengen aan aan zee en land.
De schade die de tweede dood toebrengt is dat degenen die daarin verkeren de heerlijkheid van de toekomende aeonen zullen moeten missen.
10. Hoe kunnen dood en dodenrijk (hades) in de poel van vuur worden geworpen (Openbaring 20:14)?

Dit is een veel voorkomend stijlfiguur, vergelijkbaar met wat we b.v. lezen in Matteüs 3:5 waar staat: “toen liep geheel Jeruzalem… tot hem uit”. Uiteraard kan de stad zélf niet uitlopen – de uitdrukking verwijst gewoon naar de inwoners van de stad. Zo ook in Openbaring 20:14. Dood en hades kunnen niet letterlijk in de poel van vuur geworpen worden (het zijn abstracte begrippen), maar wèl degenen die zich in haar bevinden (of bevonden). De toestand van de dood en hades wordt voortgezet in de poel van vuur – dat is de tweede dood. Al degenen die vanaf dan dóód zijn zijn dat voor de de tweede keer.
Totdat…

11. Geeft het feit dat de ongelovigen onder voorwaarde het Nieuwe Jeruzalem binnen kunnen gaan, niet aan dat ze niet écht dood zijn?

In Openbaring 22:14,15 staat:
Zalig zij, die hun gewaden wassen, opdat zij recht mogen hebben op het geboomte des levens en door de poorten ingaan in de stad. Buiten zijn de honden en de tovenaars, de hoereerders, de moordenaars, de afgodendienaars en ieder, die de leugen liefheeft en doet.”
Sommigen hebben uit deze mededeling afgeleid dat ongelovigen buiten de stad onder voorwaarde naar binnen mogen gaan. Dit is een misverstand. Johannes schrijft vanuit het heden over de toekomst. Degenen die in het heden “hun gewaden wassen” zullen straks door de poorten mogen ingaan in de stad*. Zij die dat niet doen en in het heden voortgaan met hun toverij, hoererij, moorden, afgoderij, etc., zullen straks buiten de stad zijn. Als dit niet de verklaring is, dan moeten we aannemen dat ook in de nieuwe schepping (buiten het Nieuwe Jeruzalem) al deze gruwelijke praktijken (inclusief moorden!) voortduren.

* Deze verklaring komt exact overeen met de gramaticale vormen die in 22:14 worden gebruikt. “Gelukkig zijn zij die hun klederen aan het wassen zijn (tegenwoordige tijd) zodat zij gevolmachtigd zullen zijn (toekomende tijd) voor het geboomte des levens…”

bron: www.goedbericht.nl