De wegrukking vóór de grote verdrukking...
In 1Thessalonizen 4:17 spreekt Paulus over een wegrukking:
… vervolgens zullen wij, de levenden, de overlevenden, tegelijkertijd samen met hen worden WEGGERUKT in wolken, tot ontmoeting van de Heer in de lucht. En zó zullen wij altijd samen zijn met de Heer.
Er is veel discussie over het tijdstip van deze gebeurtenis. Vooral over de vraag of dit vóór of ná Israëls grote verdrukking zal zijn. De grote verdrukking vangt aan bij het plaatsen van een afgodsbeeld op het tempelplein (“de gruwel der verwoesting” Mat.24:15) en duurt voort tot aan dat de Messias op de Olijfberg. Zijn voeten zet. Dat is een periode van 1260 dagen, oftewel 42 maanden, dat is 3,5 jaar. Bij de terugkeer op de Olijfberg zal de Heer strijden voor Zijn volk (Zach.14:1-5).
Miljoenen christenen over de hele wereld zijn ervan overtuigd dat zij in “de eindtijd” in het geheim zullen worden weggerukt van de aarde en in wolken zullen worden weggevoerd naar de hemel. Dieovertuiging is zó sterk, dat zij werkelijk geloven dat Gods Woord dit leert. Deze opnameleer wordt verkondigd sinds 1830, hij bestaat (anno 2018) dus nog geen tweehonderd jaar.
De meest recente (voor zover ik weet) hype onder opnameverkondigers is de uitleg van 2Tessalonicenzen 2:3 NBG -“Laat niemand u misleiden, op welke wijze ook, want eerst moet de afval komen en de mens der wetteloosheid zich openbaren, de zoon des verderfs…”
Het gaat om de betekenis van het woord afval. Dit zelfstandig naamwoord (Grieks: APOSTASIA) kan, zo beweert men, ook vertaald worden met afstandneming. De werkwoordsvorm (APHISTEMI) wordt in de NBG vertaald met: verlaten (Handelingen 12:10), losmaken van (Handelingen 19:9), wijken van (Lucas 4:13) of weggaan (Lucas 13:27). Wat men hieruit concludeert is dat afval in 2Tessalonicenzen 2:3 moet worden geïnterpreteerd als een fysieke verplaatsing van A (grond) naar
B (wolken) en, kijk es aan, daar heeft men dan zomaar het “bewijs” gevonden voor “de opname vóór de grote verdrukking”. Alhoewel dit nog steeds geen “bewijs” is van een opname TOT IN DE HEMEL!!!
Naar mijn mening hoort deze interpretatie thuis in de categorie “kat in het nauw maakt rare sprongen”. Men wil persé bewijs vinden voor de eigen overtuiging van een “opname vóór de grote verdrukking”. Volgens mij bedoelde Paulus met afval de afvalligheid van geloof. Vertaald naar een fysiek afstand nemen, zou dit dan hooguit overeenkomen met het verlaten van tempel en synagoge, maar niet met loskomen van de grond.
APOSTASIA komt nog één keer voor in de Schrift, in Handelingen 21:21 en daar betekent het: afval van Mozes. In dit vers kan sowieso geen fysieke afstandneming bedoeld worden, aangezien Mozes al ruim 1000 jaar dood was. Het gaat hier, dat
moge duidelijk zijn, om afvalligheid/afstandneming van wat Mozes onderwees.
Dat er vóór de grote verdrukking een groep gelovigen TOT IN DE HEMEL zal worden weggevoerd staat NERGENS in de Schrift! Wat staat er dan wel?
Er staat in 1Tessalonicenzen 4:15-17 dat gelovigen Christus zullen ontmoeten in de lucht. Letterlijk vertaald vanuit het Grieks (www.scripture4all.org) staat er:
“tot jullie wij zeggen in woord van Heer dat wij de levende de overlevende tot in de aanwezigheid van de Heer niet toch niet dat wij zouden inhalen de ter ruste gelegd wordende dat zelf de Heer in commando in stem van overste van boodschappers en in bazuin van God zal neerdalen vanaf hemel en de doden in Christus zullen opstaan eerst vervolgens wij de levende de overlevende tegelijkertijd samen met hen zullen gegrist worden in wolken tot in ontmoeting van de Heer tot in lucht en zo altijd samen met Heer wij zullen zijn.”
Over welke gelovigen gaat het hier? Bedenk dat aan Paulus, ten tijde van de Tessalonicenzen brieven, nog niet het geheim van Het Lichaam van Christus was geopenbaard. Het gaat hier dus, volgens mij, om gelovigen die niet tot Het Lichaam van Christus behoren, maar die in de grote verdrukking zullen volharden in geloof tot het einde: de schat in de akker, de kostbare parel (Matteüs 13;44-46), de schare die niemand tellen kan (Openbaring 7:9). Dit gegrist worden vindt plaats wanneer Christus afdaalt van de hemel. Evangelische christenen noemen dit “de opname der
gemeente” en volgens hen gaat het om een geheime gebeurtenis. Dat laatste is moeilijk te verkopen, lijkt me, want er staat duidelijk dat er een commando en een bazuin zal klinken!
Er wordt geleerd dat deze “opname der gemeente” zal plaatsvinden vóór de grote verdrukking.
Onder de Tessalonicenzen ontstond onrust, omdat er geruchten en een valse brief de ronde deden, waarin werd gesuggereerd dat de Dag des Heren al was aangebroken (2Tessalonicenzen 2:1-3). Dat is toch wel erg vreemd, die onrust. Want, als het waar is dat Paulus de gelovigen had verteld dat zij vóór de Dag des Heren zouden worden opgenomen in de hemel, dan zou het feit dat ze nog steeds op aarde rondliepen toch juist HET bewijs zijn dat de Dag des Heren nog niet aangebroken kón zijn!?
(Ja, dit is een doordenkertje).
Wat zien we in de eerdergenoemde grondtekst? Daar wordt 2x gesproken van “wij de levende de OVERlevende”. De NBG spreekt van “wij levenden die achterbleven”. Persoonlijk heb ik meer vertrouwen in de grondtekst. Maar wat zouden die gelovigen dan overleefd moeten hebben? De grote verdrukking natuurlijk! De Schrift leert helemaal geen geheime opname van gelovigen.
Die theorie is onder meer gebaseerd op een visioen van de Schotse Margaret Macdonald uit 1830 en door Darby en Scofield bewerkt en wijd verbreid. Miljoenen christenen zijn ermee gehersenspoeld.
De Schrift leert slechts één komst van Christus bij de voltooiing van de eeuw, en die vindt plaats NA de grote verdrukking.
“Terstond NA de verdrukking dier dagen zal de zon verduisterd worden en de maan zal haar glans niet geven en de sterren zullen van de hemel vallen en de machten der hemelen zullen wankelen. En dan zal het teken van de Zoon des mensen verschijnen aan de hemel en dan zullen alle stammen der aarde zich op de borst slaan en zij zullen de Zoon des mensen zien komen op de wolken des hemels, met grote macht en heerlijkheid. En Hij zal zijn engelen uitzenden met luid bazuingeschal en zij zullen zijn uitverkorenen verzamelen uit de vier windstreken, van het ene uiterste der hemelen tot het andere.”- Matteüs 24:29-31 NBG
Paulus schreef aan de Thessalonicenzen dat de (in de verdrukking) gestorven gelovigen het eerst zullen opstaan en daarna worden de nog in leven zijnde gelovigen veranderd (verheerlijkt) en weggerukt de wolken in. Het lijkt mij duidelijk dat dit (ook) gebeurt om hen veilig te stellen voor het enorme geweld dat losbarst bij Christus’ komst.
“uit de hemelen zijn Zoon te verwachten (…) die ons verlost van [letterlijk: UIT] de komende toorn” – 1Tessalonicenzen 1:10 NBG
“bij de openbaring van de Here Jezus van de hemel met de engelen zijner kracht, in vlammend vuur, als Hij straf oefent over hen, die God niet kennen en het evangelie van onze Here Jezus niet gehoorzamen” – 2Tessalonicenzen 1:7,8 NBG
Als het geweld voorbij is zullen de gelovigen weer naar beneden gaan, samen met Christus, en daar blijven in Zijn nabijheid. Er staat namelijk in 1Tessalonicenzen 4:17 (NBG, NBV, SV, Naardense Bijbel) dat de gelovigen Christus TEGEMOET zullen gaan. Dit schijnt niet zo goed begrepen te worden onder 0pnameverkondigers, want, zo zeggen sommigen, er staat in 1Tessalonicenzen 4:16,17 helemaal niet dat Jezus naar de aarde komt. Wat betekent tegemoet gaan (Grieks: APANTESIS)? Jij gaat iemand tegemoet die op weg is naar jou en als je die persoon ontmoet hebt, dan gaan jullie samen naar de plaats waar jij vandaan kwam.
Dezelfde zin nog een keer, maar nu in de context van eerdergenoemd Bijbelvers: Jij (gelovige op aarde) gaat iemand (Christus) tegemoet die op weg is naar jou en als je die persoon (Christus) ontmoet hebt (in de wolken), dan gaan jullie samen naar de plaats waar jij vandaan kwam (de aarde).
Maar… andere Bijbelvertalingen spreken niet van tegemoet gaan, maar van een ontmoeting met de Heer in de lucht. Wat is de juiste vertaling van APANTESIS? Wat gebeurt er nu precies nadat de gelovigen de Heer in de lucht ontmoeten? Waar gaan ze naartoe? Paulus zegt er niets over, niet in 1Tessalonicenzen 4 en ook niet in 1Korinthiërs 15:52. Sommige eschatologen zeggen dat Christus dichtbij de aarde komt, in de atmosfeer, om de heiligen te ontvangen en hen daarna mee te nemen naar de hemel. Een andere interpretatie is dat Christus terugkomt aan het einde van de grote verdrukking. De heiligen gaan uit (de lucht in) om Hem te ontmoeten en begeleiden Hem vervolgens op Zijn reis naar de aarde. Geeft Paulus geen enkele aanwijzing over wat er na de wegrukking tot in de wolken gebeurt? Toch wel: het ontmoeten in 1Tessalonicenzen 4:17 betekent niet zomaar iemand tegenkomen. Het verwijst eerder naar de handeling van uitgaan om een aankomend bezoeker met eerbetoon te verwelkomen. Als een hoogwaardigheidsbekleder in die tijd een stad kwam bezoeken, betoonden de inwoners hem eer door de stad uit te gaan om hem op het juiste moment te ontmoeten. Ze begeleidden hem dan naar de stad die hij van plan was binnen te gaan. Dit is wat er gebeurt in Johannes 12:13, waar de menigte Jeruzalem verlaat om Jezus met palmtakken tegemoet te gaan (UPANTESIS) en om Hem terug naar de stad te vergezellen. Ook de Olijfbergrede bevat de metafoor van een heerser die naar de stad komt, die hij binnengaat, hoewel dit in de meeste Bijbelvertalingen niet goed uit de verf komt: “wanneer je al deze dingen ziet: weet dat hij nabij is, recht voor de poorten” (Matteüs 24:33 New Jerusalem Bible). Wat het taalgebruik van Paulus ongewoon maakt, is dat hij de horizontale handeling van de nadering, de ontvangst en de entree van de hoogwaardigheidsbekleder in een ommuurde stad omzet in een verticale handeling: wanneer Christus komt, daalt Hij af naar Zijn domein, en Zijn onderdanen stijgen op naar de wolken, naar de lucht, zoals gepast is bij Zijn hoogwaardigheid. Behalve in 1Tessalonicenzen 4:17 komt APANTESIS nog 3x voor in de Schrift:
“Dan zal het Koninkrijk der hemelen vergeleken worden met tien maagden, die haar lampen namen en uittrokken, de bruidegom TEGEMOET.” – Matteüs 25:1 NBG
“En midden in de nacht klonk een geroep: De bruidegom, zie, gaat uit hem TEGEMOET!” – Matteüs 25:6 NBG
“En vandaar kwamen de broeders, die van onze aangelegenheden gehoord hadden, ons tot Forum Appii en Tres Tabernae TEGEMOET, en toen Paulus hen zag, dankte hij God en greep moed.” – Handelingen 28:15 NBG
Het blijkt dus dat de weergave TEGEMOET de betere vertaling is, want uit bovenstaande Schriftgedeelten wordt duidelijk dat de handeling is: iemand ophalen (feestelijk inhalen) en verwelkomen. De komst van Christus en de wegrukking van gelovigen is één en dezelfde gebeurtenis! Christus daalt van de hemel af en de gelovigen gaan Hem tegemoet in de wolken, voor hun eigen veiligheid, en om Christus te verwelkomen, waarna de gelovigen Hem vergezellen op het laatste stuk van Zijn reis naar de aarde!
De leden van het Lichaam van Christus ondergaan hun opstanding/verandering/verheerlijking ver vóór de verdrukking en de wederkomst, namelijk wanneer Christus bekendgemaakt wordt, direct na de genadetijd, wanneer het Koninkrijk der Hemelen weer hervat wordt. Hiermee wordt niet het zogenoemde Duizendjarig Rijk bedoeld, dat komt pas ná de wederkomst.
Het Koninkrijk der Hemelen was in de Handelingentijd kleinschalig aanwezig, alleen onder de gelovigen, hetgeen zich uitte in bijzondere gaven. Het werd opgeschort ten tijde van Handelingen 28:28, omdat bekering van heel Israël uitbleef. Wanneer het Koninkrijk hervat wordt, dan zal het wereldwijd doorbreken. Alle mensen zullen dan door Israël onderwezen worden over God en Christus. Het Koninkrijk der Hemelen wordt met nog andere termen aangeduid in de Schrift: het Koninkrijk Gods; het laatste van de dagen; zeventig zevens (jaarweken); de tijden van verademing; de jongste dag; de opstanding; de wedergeboorte; het oordeel; de Dag van Christus.
“Wanneer Christus verschijnt, die ons leven is, zult ook gij met Hem verschijnen in heerlijkheid.” – Kolossenzen 3:4 NBG.
Gaat het in dit vers over de wederkomst/aanwezigheid (PAROUSIA) van Christus? Nee, het gaat hier over de verschijning (EPIPHANEIA) van Christus in de betekenis van: bekendgemaakt worden. Het woord dat in Kolossenzen 3:4 met verschijnen is vertaald (PHANEROO), doet mensen ten onrechte denken aan de wederkomst. Hetzelfde werkwoord staat in Johannes 1:31 (vertaald met: geopenbaard), waar het de betekenis heeft van bekendmaken. Waarom wordt PHANEROO dan met verschijnen vertaald? Omdat het Griekse woord ook met licht te maken heeft. Een betere vertaling zou zijn: “Wanneer Christus SCHIJNT, die ons leven is, zult ook gij met Hem SCHIJNEN in heerlijkheid.” Bijbelvertalers hebben dit verkeerd geïnterpreteerd, omdat zij geen zicht hadden op de verschillende fases van het komende Koninkrijk van God. Het Lichaam van Christus, dat met Hem geopenbaard wordt, krijgt een hoge positie te midden van de hemelingen (Efeziërs 2:6). De leden zullen zodanig veranderd worden dat iedereen zal kunnen zien dat zij een bijzondere positie hebben. Misschien dat zij op een of andere wijze (kleding?) licht zullen uitstralen, want Paulus spreekt over de glans van het opstandingslichaam in 1Korinthiërs 15:38-40. Suggereer ik hiermee nu dat de leden van Het Lichaam van Christus veel “beter af” zijn dan de gelovigen die door de grote verdrukking zullen gaan? Nee, want hoewel de leden van Het Lichaam van Christus veel eerder zullen worden verheerlijkt dan de andere gelovigen, kunnen we er op dit moment slechts naar raden wat de toekomstige positie van Het Lichaam van Christus in de praktijk precies zal inhouden.