Wie is de ‘weerhouder’?
2Tessalonicenzen 2:6,7
En gij weet thans wel, wat hem weerhoudt, totdat hij zich openbaart op zijn tijd. Want het geheimenis der wetteloosheid is reeds in werking; (wacht) slechts totdat hij, die op het ogenblik nog weerhoudt, verwijderd is. – NBG 1951
En wat het nog ophoudt weet gij, opdat hij geopenbaard worde op zijne tijd. Want de boosheid roert zich alreeds, alleen, die hem nu ophoudt, zal het doen, totdat hij uit het midden zal weggenomen worden. – Lutherse Vertaling 1648
Bovenstaand Bijbelvers gaat over de periode die door veel christenen de Eindtijd wordt genoemd. Mij werd vroeger geleerd dat de Gemeente (het Lichaam van Christus) de weerhouder is, omdat in de gelovigen de heilige Geest woont. En zolang de leden van het Lichaam op aarde aanwezig zijn zou de antichrist niets kunnen uitrichten. Hoewel inderdaad velen denken dat de weerhouder feitelijk de heilige Geest is, zou dat dan niet betekenen dat God de aarde verlaten heeft, of in de steek laat, na die veronderstelde Opname der Gemeente? De aarde zou dan volledig overgeleverd worden aan Zijn tegenstander. Zou de satan dan werkelijk op dat moment alle macht op aarde hebben? Deze opvatting is in volledige tegenspraak met bijvoorbeeld: Matteüs 11:27; 28:18; Johannes 3:35. Bovendien: hoe zouden mensen kunnen volharden tot het einde zonder de aanwezigheid van de heilige Geest die hen kracht geeft?
Dat het Lichaam van Christus de weerhouder zou zijn, is algemeen aanvaard in evangelische kringen, maar het klopt voor geen meter met wat er in de grondtekst staat. Het Nieuwe Testament werd geschreven in het Grieks. De woorden verwijderd of weggenomen ontbreken in Paulus’ brief, de vertalers hebben het eigenmachtig toegevoegd. In het Grieks staat er aan het eind van vers 7 EK MESOU GENETAI en dat betekent: uit het midden voortgebracht. Heel letterlijk betekent het: worden; tot wording komen. We zien dit Griekse woord ook in Johannes 8:58 HSV Vóór Abraham geboren was [GENESTHAI], ben Ik. GENETAI is dus eigenlijk het tegenovergestelde van verwijderd! Het Griekse werkwoord voor verwijderd is EXAIRO (1Korintiërs 5:2,13).
Dit is een betere vertaling van het Grieks:
En jullie weten wat nu tegenhoudt, totdat hij onthuld wordt in zijn eigen bestemde tijd. Want het geheim van de wetteloosheid werkt reeds in, alleen totdat hij, die op dit moment tegenhoudt, uit het midden wordt en dán zal de wetteloze onthuld worden… (geschriften.nl)
Deze vertaling is uit een interlineair-bijbel:
en nu het tegenhoudende jullie hebben waargenomen tot in het onthuld te worden hem in de van zichzelf periode het want geheim reeds werkt in van de wetteloosheid alleen degene tegenhoudende op dit moment totdat
van uit midden dat hij zal worden en dán zal onthuld worden de wetteloze…
(scripture4all.org)
Volgens de oorspronkelijke Griekse tekst wordt er dus niemand verwijderd of weggenomen, maar er verschijnt juist iemand in de “Eindtijd” die de wetteloze (antichrist) gaat introduceren. En die iemand is de satan.
Waarom hebben de Bijbelvertalers door de eeuwen heen gedacht dat dit gedeelte van Paulus’ brief niet compleet was en dat er woorden toegevoegd moesten worden? Zou dat iets te maken kunnen hebben met de overtuiging van velen dat de satan geen instrument in Gods handen kan zijn? De Kerk leert al eeuwenlang dat de satan ooit begon als een volmaakte engel, die na verloop van tijd plotseling Gods tegenstander werd. Dat er sindsdien een strijd gaande is tussen goed en kwaad en dat je als mens moet oppassen dat je niet in het verkeerde kamp terecht komt. De Kerk is altijd heel goed geweest in mensen angst aanjagen met hel en verdoemenis. Angst houdt mensen onder controle en machthebbers willen niets liever dan dat. Toen na de Tweede Wereldoorlog de kerken massaal leegliepen, hebben de overheden het stokje overgenomen. Met name de laatste jaren wordt er weer veel succes mee behaald, de ene dreiging na de andere wordt ons aangekondigd…
Wat de Kerk leert is (meestal) niet hetzelfde als wat Gods Woord ons mededeelt. Gods Woord zegt onomwonden dat God verantwoordelijk is voor het kwaad en het onder controle heeft: Ik formeer het licht, en schep de duisternis; Ik maak den vrede en schep het kwaad, Ik, de HEERE, doe al deze dingen (Jesaja 45:7 SV).
En wat zei Jezus ook alweer over de satan? …die was een mensenmoordenaar van het begin af [dus niet plotseling geworden], en staat niet in de waarheid, want er is in hem geen waarheid. Wanneer hij de leugen spreekt, spreekt hij vanuit wat van hemzelf is [NBG: naar zijn aard, zoals hij geschapen is!], want hij is een leugenaar en de vader van de leugen (Johannes 8:44 HSV).
Gods alwetendheid en almacht zullen geopenbaard worden in het uiteindelijk moeiteloos levend maken en rechtzetten van wat de satan allemaal gedood en verwoest heeft. Met dat doel werd hij ook geschapen, zodat Gods wezen aan ons onthuld zou worden. Want, zonder ervaring met het kwade geen waardering van het goede! Het lijkt nu al eeuwenlang alsof de satan ongestoord zijn gang kan gaan, omdat er niet meer, zoals in Oudtestamentische tijden, waargenomen kan worden of en wanneer God ingrijpt. De satan heeft zeer veel macht, maar het goede nieuws is: het is slechts vólmacht… God kan de draak vastbinden en loslaten wanneer Hij maar wil (Openbaring 20:2,7). En in het boek Job lezen we dat de satan toestemming kreeg, onder voorwaarden, om Jobs geloof op de proef te stellen (Job 1:12).
Het decor, waartegen 2Tessalonicenzen 2:6,7 zich gaat afspelen, staat aan het einde van de eerste fase van het toekomstige Koninkrijk der Hemelen. Deze préduizendjarige fase zal ruim 500 jaar duren, dat is inclusief de 70 jaarweken, die de afsluiting ervan zijn (Daniël 9:24). In de Handelingen- tijd (toen de brieven aan de Tessalonicenzen werden geschreven) was die eerste fase kleinschalig in werking, alleen onder de apostelen en de allereerste christenen. Dit uitte zich in de bijzondere gaven die sommigen toen hadden. De voortgang van het Koninkrijk werd opgeschort na Handelingen 28:28, omdat bekering van heel Israël uitbleef. Vervolgens brak de bedeling van het geheimenis (verborgenheid) aan (Efeziërs 3:1-13), de zogenoemde genadetijd, een tussenperiode, waarin we nu (2026) nog steeds leven.
Wanneer de genadetijd beëindigd wordt, zal het Koninkrijk hervat worden, maar dan wereldwijd. De profetische klok van Israël gaat dan weer lopen. Er zal weer een tempel gebouwd worden en de Wet, via Mozes doorgegeven, zal weer door Israël worden nageleefd. Alle mensen zullen dan door Israël onderwezen worden over God en Christus. Het Koninkrijk der Hemelen wordt met nog andere termen aangeduid in de Schrift: het Koninkrijk Gods; het laatste der dagen; in later tijd (HSV); zeventig zevens (jaarweken); de tijden van verademing; de jongste dag; de opstanding; de wedergeboorte; het oordeel; de Dag van Christus.
Let op: gedurende die eerste fase van het Koninkrijk regeert Christus vanuit de hemel en regeert koning David op aarde (Jeremia 30:9; Ezechiël 34:23,24; Hosea3:5). David is de gezalfde vorst uit Daniël 9:24,25 wiens koningschap in de 70e jaarweek met geweld zal worden beëindigd.
Als we goed lezen in 2Tessalonicenzen 2, dan zien we dat er eigenlijk twee weerhouders zijn: IETS en IEMAND. Het IETS (WAT nu tegenhoudt) is de nog niet geopenbaarde afvalligheid van de Wet tijdens die eerste, lange fase van het Koninkrijk, die beperkt actief was toen Paulus deze brief schreef. Paulus wist op het moment van schrijven nog niet dat de voortgang van het Koninkrijk zou worden onderbroken door een zeer lange tijd van genade. Vandaar nu en op dit moment. De IEMAND (HIJ die op dit moment tegenhoudt) is de satan, de vader van de mens der wetteloosheid (antichrist). De satan moet zijn zoon bij zich houden (weerhouden) zolang de afvalligheid nog niet aan de orde is. Zodra deze begint, kan hij de antichrist introduceren om verdere afvalligheid te versnellen.
Het onkruid dat tussen de tarwe werd gezaaid in de gelijkenis in Matteüs 13:24-30, 37-43 is een beeld van het geheim van de wetteloosheid werkt reeds in. In de gelijkenis wordt het onkruid (zonen van de boze) pas duidelijk herkenbaar tegen de oogsttijd. Met de oogsttijd wordt het einde van de eerste fase van het Koninkrijk bedoeld (70e jaarweek > Daniël 9:24-27), het moment waarop Christus, ná de grote verdrukking, naar de aarde komt om zich op de lege troon van David te zetten (Lucas 1:32).
Samengevat: de satan is de weerhouder, HIJ die tegenhoudt. Hij kan pas de antichrist met succes introduceren wanneer in die laatste jaarweek de afvalligheid begint. Vóór die tijd zullen de mensen (Israël) er niet vatbaar voor zijn, zodat de satan slechts achter de schermen kan opereren, totdat zijn tijd gekomen is en hij uit hun midden opkomt. WAT tegenhoudt is dus de nog niet aanwezige afvalligheid in die laatste jaarweken. Dit alles ligt nog ver in de toekomst en heeft dus helemaal niets te maken met de goddeloze toestand van de huidige genadetijd, hoewel het uiteraard wel steeds dezelfde satan is die de (morele) verwoesting dirigeert.
Hieronder het Schriftgedeelte waar het om gaat. Voor meer duidelijkheid in de volgorde van de gebeurtenissen heb ik een tussenzin naar het eind verplaatst en geef ik uitleg tussen [ ].
2Tessalonicenzen 2:3-12, vertaling: geschriften.nl
de afstandneming [afvalligheid van de Wet] komen en de mens van de wetteloosheid onthuld worden, de zoon van de vernietiging,
van eerbiedige verering heet, zodat hij in de tempel van God gaat zitten,
om te demonstreren, dat hij [de antichrist] een god is. 5Herinneren jullie je niet, dat ik, toen ik nog bij jullie was, dit tegen jullie zei? 6En jullie weten wat nu tegenhoudt [de nog niet aanwezige afvalligheid], totdat hij [antichrist] onthuld wordt in zijn eigen bestemde tijd. 7Want het geheim van de wetteloosheid werkt reeds in [maar is nog niet merkbaar], alleen totdat hij [de satan], die op dit moment tegenhoudt, uit het midden wordt [GENETAI: tot wording komt, opkomt], 8en dán zal de wetteloze [antichrist, zoon van De satan] onthuld worden.
(…)
inwerking van De satan met alle macht, tekenen en vervalste wonderen,
gaan [voor de volgende fase van het Koninkrijk, niet voor eeuwig!], omdat zij de liefde voor de waarheid niet ontvangen, waardoor zij gered hadden kunnen worden [voor die volgende fase]. 11En daarom zal God een inwerking
van dwaling aan hen zenden, zodat zij de leugen [van de antichrist] geloven,
maar die een welbehagen hebben in onrechtvaardigheid.
(…)
van zijn mond, hem afdanken bij het tevoorschijn komen [EPIPHANEIA]
van zijn aanwezigheid [PAROUSIA].
Het tevoorschijn komen van zijn aanwezigheid vind ik een nogal vreemde vertaling. EPIPHANEIA heeft met licht te maken, met krachtig schijnen (ook in de betekenis van geopenbaard worden), het betekent hier: felle gloed. De antichrist zal bij de wederkomst door het felle licht van Christus worden uitgeschakeld, net zoals dat bij Paulus gebeurde op de weg naar Damascus.
Maar… als de Gemeente, het Lichaam van Christus, niet de weerhouder is, hoe zit het dan met die Opname, nu we in de grondtekst hebben gezien dat er geen sprake is van iets of iemand die verdwijnt of verwijderd wordt? Tja, er staat echt nérgens in de Schrift vermeld dat er voor de grote verdrukking een groep gelovigen zal worden weggevoerd tot in de hemel.
De Opnametheorie is pas 200 jaar oud. Hij is gebaseerd op een visioen van Margaret MacDonald, een doodzieke Schotse vrouw, die in 1830 dacht dat ze stervende was. Het bericht dat ze ontving tijdens dit profetische visioen overtuigde haar dat Christus in twee fases zal verschijnen bij Zijn Wederkomst en niet bij één enkele gelegenheid, zoals de meeste mensen vroeger geloofden.
Het resultaat van een zorgvuldig onderzoek naar de herkomst van de Opnametheorie werd gepubliceerd in 1976. Dit was in een uitstekend researchboek: The Unbelievable Pre-Trib Origin, geschreven door Dave MacPherson. Hij verzamelde veel historisch materiaal dat antwoord geeft op de mysterieuze afkomst van de leer.
Hoewel veel christenen lang gedacht hebben dat de Opnametheorie ontstond bij John Darby, is het nu bekend dat dit niet waar is. Darby maakte hem populair. Scofield en anderen namen hem over. Velen in de evangelische kringen van het huidige christendom zijn zo overtuigd van zijn waarheids- gehalte, dat deze theorie wordt geaccepteerd als de absolute waarheid van God. Het feit is echter, dat John Darby de kennis van de leer van iemand anders kreeg, namelijk van Margaret MacDonald.
Gebaseerd op een visioen dus, niet op het Woord van God, dat is wel even schrikken. Maar er staat toch in 1Timoteüs 4:10 dat God de redder is van alle mensen, bovenal of speciaal van de gelovigen? Inderdaad, dat staat er en het is helemaal waar. Degenen die door God uitverkoren zijn en aan wie Hij in deze genadetijd geloof geschonken heeft, zullen worden verheerlijkt aan het begin van de eerste fase van het Koninkrijk. Maar deze gebeurtenis staat niet beschreven in de beide brieven aan de Tessalonicenzen. In 1Tess.4:16,17 wordt alleen de Wederkomst beschreven, waarbij de gelovigen uit de grote verdrukking Christus tegemoet zullen gaan in de lucht, wanneer Hij afdaalt naar de aarde. Ze worden dus niet weggevoerd naar de hemel !!!
De Gemeente, het Lichaam van Christus, zal tegelijkertijd met Christus Zelf geopenbaard worden in heerlijkheid en dat staat beschreven in Kolossenzen 3:4, hoewel velen denken dat het ook daar over de Opname of de Wederkomst gaat, vanwege het woord verschijnen (Grieks: PHANEROO) dat in de meeste vertalingen wordt gebruikt.
De oorsprong van PHANEROO vinden we in het werkwoord PHAINO, dat oorspronkelijk te maken had met ergens licht op werpen of over laten schijnen en dat in de loop der tijd de betekenis is gaan krijgen van schijnen. Een eenvoudige overgang zorgde ervoor dat het woord ook werd toegepast op het verschijnen van mensen en dingen. Andere vertalingen van Kolossenzen 3:4 hebben:
maken (stralen). Denk aan wat er gebeurde met het uiterlijk van Jezus bij de verheerlijking op de berg, waarvan Jezus zei dat dit visioen verwees naar de komst van het Koninkrijk (Matteüs 16:28; 17:1-8; Marcus 9:1-8; Lucas 9:27-36). Denk ook aan wat Paulus schreef over de glans van het opstandingslichaam (1Korintiërs 15:38-45).
De Gemeente, het Lichaam van Christus, is de eerste groep (rangorde) mensen die onsterfelijk gemaakt zal worden. Dat gebeurt, zoals eerder genoemd, aan het begin van de eerste fase van het Koninkrijk. Het Lichaam van Christus krijgt dan een zeer hoge positie te midden van de hemelingen. Dat betekent dat deze gelovigen uit de bedeling van genade ruim 500 jaar eerder verheerlijkt zullen worden dan de gelovigen die, na de grote verdrukking, Christus tegemoet zullen gaan in de lucht bij zijn Wederkomst.
Wanneer gaat die glorieuze gebeurtenis, beschreven in Kolossenzen 3:4, plaatsvinden? Dat weet alleen God. De bedeling van genade is eeuwenlang verborgen geweest in God (Efeziërs 3:9), voordat hij aan Paulus werd geopenbaard. Er zijn hierover in de Schrift geen profetieën te vinden. Alleen God weet hoelang deze genadetijd nog voortduurt.
Door: Anke Pronk-Waterlander
***bron***
www.pronk-stukjes.nl